Identiteitsstructuren

Een belangrijke onderdeel van de corporate identity is de identiteitsstructuur.
Wolff Olins onderscheidt er drie:
- Monolithische identiteit
- Endorsed identiteit
- Branded identiteit

-------------------------------------------------------

Monolithische identiteit
De organisatie heeft één naam en één visuele identiteit: Philips, Shell, Akzo Nobel.

Voordelen:
je hoeft maar één merk hoeft te promoten. Reclame voor Philishave draagt bij aan de bekendheid van het gehele Philipsconcern.
De communicatie (mits eenduidig en samenhangend) kan op simpele wijze zorgen voor een sterk en bekend merk.

Nadelen:
Als een van de producten negatief in het nieuws komt lijden alle producten daaronder.
Wanneer het moederbedrijf een slechte reputatie verwerft, lijdt ook de productverkoop.
Kan tot vaagheid leiden. Leg maar eens uit wat Akzo Nobel is en wat het verband is tussen anticonceptie, zout en verf? Akzo is daardoor moeilijk te plaatsen en daar houden beleggers niet van.
Naar boven
meer lezen over huisstijlen >

-----------------------------------------------------------------

Endorsed identiteit
De organisatie heeft meerdere activiteiten die onder verschillende namen op de markt opereren. De activiteiten hebben onderling een relatie en er is een duidelijke link met de moederorganisatie. General Motors, Fortis, Achmea.

Nadelen:
Wanneer een van de onderdelen negatief in de publiciteit komt, kan dit nadelige gevolgen voor de andere onderdelen hebben. Door het boekhoudschandaal van de Amerikaanse Aholddochters kwam ook 'onze' Albert Heijn in een kwaad daglicht te staan.

De onderneming valt snel uiteen in 'koninkrijkjes' die allemaal hun eigen communicatieonderdelen nodig hebben.
Naar boven
meer lezen over huisstijlen >

----------------------------------------------------------------

Branded identiteit
De dochterorganisaties staan helemaal op zichzelf. De merken hebben geen relatie met elkaar en met de moeder. Voorbeelden: Unilever, Sara Lee.
Naar boven
meer lezen over huisstijlen >